Genoeg schoftruimte is van groot belang voor het comfort van het paard onder het zadel. Het zadel moet extra ruimte hebben aan zowel de bovenkant als de zijkanten van de schoft, waardoor de spier kan uitzetten tijdens beweging.
Als het zadel op de correcte plaats ligt (niet aangesingeld) op de rug van het paard moet je minimaal 3 – 4 vingers tussen de kamer van het zadel en de rug van het paard kunnen steken. Ongeveer deze zelfde afstand, 2 – 3 vingers, moet ook zichtbaar zijn langs de zijkanten van het schoftbeen boven waar het kussen van het zadel begint.
Na het aansingelen moet je nog minimaal 2 – 3 vingers ruimte overhouden. Anders bestaat de kans dat het zadel op de schoft van het paard gaat drukken tijdens het rijden. De schoft (gevormd door de doornuitsteeksels van de borstwervels) gaat immers op en neer bij draf en galop.
Wanneer een paard soepel naar rechts of links moet buigen – is het van belang dat het paard niet wordt gehinderd tijdens deze bewegingen, daarom is het erg belangrijk dat de beschikbare ruimte aan de zijkant van de schoft ook 2 tot 3 vingers is.
Een paard wiens zadel op zijn schoft knelt, zal misschien terughoudend zijn om voorwaarts te gaan. Andere, meer extreme tekenen van onvoldoende schoftvrijheid zijn onherstelbare schade aan het schouderkraakbeen, of witte haren aan de zijkanten van de schoft of drukplekken aan de bovenkant of zijkant van de schoft.
Ander nieuws
